Dordrecht en Sliedrecht

De dijk op Baanhoek met rechts het hoge huis, dat eeuwenlang de Engel werd genoemd, Foto ca 1900. Fotobewerking Fred Stuij, 2026.

Als oude buren hadden Dordrecht en Sliedrecht al in de twaalfde eeuw met elkaar te maken. U wist toch dat Sliedrecht vóór de Elisabethsvloeden van 1421 en 1424 aan de zuidelijke oever van de Merwede lag, hè? Omdat het daar onder water kwam te staan, zijn toen veel van die dorpelingen de rivier overgestoken en hebben zich gevestigd in Oversliedrecht, dat ook al in 1200 bestond. Op den duur is dat dorp zich daarom Sliedrecht genoemd en werd er verder niet naar de overkant omgekeken tot men het 150 jaar later is gaan inpolderen en het grondgebied deel van het Eiland van Dordrecht ging uitmaken. Tegenwoordig liggen daar de golfbaan van Crayestein en de derde Merwedehaven. Aan de overkant stond toen rond 1200 ook al het tolhuis Niemandsvriend, een flink kasteel. Dat maakte deel uit van een serie douaneposten aan de grenzen van het graafschap Holland aan de IJssel, Lek, Merwede, Maas en Striene. Dordrecht lag daar middenin en was het centrum van deze door graaf Dirk VII (regeerde 1190-1203) opgerichte bron van invoerbelasting. Die legden de graven geen windeieren.

De toegenomen mogelijkheid om de tollen te omzeilen na 1424 zorgde ervoor dat ze min of meer opgeheven, verplaatst en afgebroken werden. Dordrecht bleef echter wel als een spin in een web het stapelrecht handhaven. Kooplui die over die rivieren hun waren langs de stad voerden moesten een tijdje bepaalde producten op de wal zetten zodat men daar eerste recht van aankoop had. Dat was goed voor de schatkist van en de nijverheid in de stad. Maar er moest wel goed gecontroleerd worden dat het ook echt gebeurde. Daarom moest je kunnen laten zien, met een briefje, dat je ‘gestapeld’ had. Dat gebeurde onder andere dus ook in Sliedrecht, in de buurt die daar naar de tol Niemandsvriend werd genoemd. De herberg De Engel aan de dijk, vlak naast de locatie van het inmiddels al eeuwen verdwenen tolhuis, was het hoofdkwartier van de ‘uitlegger’. Dat was een grote roeiboot onder bevel van een kapitein en een luitenant en met bewapende roeiers die voorbijvarende schepen aanhielden en controleerden en, indien nodig, opbrachten.

Die herberg was oorspronkelijk, aan het eind van de zestiende eeuw, gebouwd als een buitenhuis voor rijke Dordtenaren, die er ’s zomers verbleven als het in de stad te benauwd werd. Het is in de zeventiende eeuw o.a. bezit geweest van een neef van Jan en Kees de Witt en van de ambachtsheer van Niemandsvriend. Het werd toen ook wel Engelenburg genoemd. Rond 1715 was dat soort bewoning wel z’n beetje afgelopen en werd het een herberg. Hij verving toen een wat verder naar het oosten staande oudere herberg, de Oude Engel, waar eerder de uitleggers aanlegden. Dat duurde tot 1795 toen Napoleon de stapel ophief. De herberg hield het nog uit tot 1835 en werd daarna de woning van de dorpschirurgijn. Die splitste het huis in 1873 in tweeën en in 1933 werden er vier appartementen van gemaakt: D 79-85. Mijn ouders, zus en ik hebben tussen 1948 en 1959 in D 85 gewoond; het voormalige ‘speelhuis’ van leden van de Dordtse elite.

Onze familie had al veel eerder connecties met Dordrecht. Toen ik hier op het gemeentearchief werkte ontdekte ik dat in 1614 mijn oudst bekende voorvader, de eerbiedwaardige Adriaen Mathijsz. den Ouden uit Slydrecht, bij de Dordtse notaris Pauwels Eelbo een codicil aan zijn testament had toegevoegd ten behoeve van zijn zoon en twee dochters. Hierboven ziet u zijn handtekening. Het was een flink bedrag en er was ook nog best een groot stuk land en een huis bij. De ’t Jongen, die toen nog niet zo heetten, werden ook behoorlijk hoog aangeslagen in de belastingen. Die rijkdom is rond 1700 echter helaas verdwenen. En nooit teruggekeerd.

Nog steeds zijn er takken van onze familie in Dordrecht te vinden die daar in de late negentiende en vroege twintigste eeuw naar toe zijn geëmigreerd. Zelf kwam ik hier eind 1973 terecht. En hier heb ik dus onderzoek gedaan naar zowel de oude als de nieuwe Engel. Het zal eind dit jaar en het begin van 2027 in twee delen gepubliceerd worden in de periodiek van de Historische Vereniging Sliedrecht. Die heb ik, als Dordtenaar, eind jaren tachtig nog helpen oprichten.

4 gedachten over “Dordrecht en Sliedrecht”

Plaats een reactie