Familie

Familieportret uit 1900 van Mina Blokland (1857-1910) en Kees ‘de Loots’ ’t Jong (1860-1937) met hun drie eerste overlevende kinderen: Wim, Kees en Pietje. Drie kinderen waren eerder al gestorven voor ze een half jaar oud waren. Er zouden nog vijf kinderen komen, onder wie mijn opa.

Het meest komt de gemiddelde Nederlander in aanraking met geschiedenis, buiten school, in zijn of haar eigen familie. Op verjaardagen en andere familiebijeenkomsten wordt hij of zij geconfronteerd met oudere familieleden die verhalen vertellen over wie zij hebben gekend. Of, als het nog langer geleden was, over wie ze hebben gehoord. In wezen is dat levende geschiedenis die tot je is gekomen via de monden van min of meer goede bekenden. Dat heet in mijn vak: orale geschiedenis. Een eigenschap daarvan is dat die onbetrouwbaar is, want het geheugen is een slechte bron, waarin allerlei zaken vergeten worden, mooier of lelijker worden gemaakt en waarin nogal eens dingen worden verzonnen of verkeerd zijn begrepen. Maar het is een begin.

Zo ging het ook bij mij. Ik luisterde als kind naar de verhalen over de familie ’t Jong door oudooms en -tantes. Mijn grootouders waren daar niet zo mee bezig – de ’t Jongen zijn niet bepaald familieziek – alleen mijn moeder had daar wel belangstelling voor. Op mijn verzoek begon ze rond 1970 lijstjes namen, plaatsen en jaartallen van de Vermeijen (Sliedrecht, maar afkomstig uit Oudewater) op te schrijven in notitiebloks. Ik heb ze nog allemaal. Ook haalde ze uit haar geheugen, met wat hulp van mijn vader, dergelijke data over de ’t Jongen bij elkaar. Ik maakte mijn eerste stambomen in 1971, nu dus 55 jaar geleden. Later breidde ik dat uit met de familie van mijn vrouw: Wetselaar (Leiden) en Pakvis (Westland, Maassluis).

Mijn genealogie ’t Jong, want een stamboom kon je het niet meer noemen, ging nog veel verder de diepte in toen ik in de jaren ’80 op het Dordtse gemeentearchief werkte. Al snel vond ik mijn oudste voorvader, de eerzame Adriaen Matthijsz. den Ouden uit ‘Slijdrecht’, die in 1614 zijn testament aanpaste bij een Dordtse notaris. Hij had toen al een kleinzoon die Aryaen Tijssen de Jonge werd genoemd, welke naam rond 1700 in ’t Jong veranderde.

Het waren allemaal gewone mensen met gewone beroepen, al behoorden de ’t Jongen voor 1700 in Sliedrecht nog even tot de beter gesitueerden: ze werden daarom hoger in de belastingen aangeslagen dan de gemiddelde dorpsgenoot. Overstromingen en andere rampen zorgden voor verarming, die eigenlijk pas in de twintigste eeuw begon te wijken. Intussen ving ik tijdens dat onderzoek allemaal glimpen op over hun levens, de families waarin ze trouwden en het reilen en zeilen in het dorp. Soms vlogen ze uit en raakten ze uit het oog en het hart. Meestal bleven ze in de buurt: mijn kwartierstaat (dus terug in de tijd via al mijn voorvaderen) blijft tot ca 1700 voor 95 % in de Alblasserwaard. Honkvast dus. Dordrecht was al exotisch, maar Rotterdam, Bergen NH, Amsterdam en Apeldoorn waren buitenland.

Intussen kreeg ik, naast mijn belangstelling voor geschiedenis in het algemeen en de middeleeuwen in het bijzonder, door familieonderzoek een intrigerend beeld van ‘vroeger’. Dat is alleen maar breder geworden nu ik al 20 jaar voor Nederlanders hun stamreeks uitzoek (de directe lijn van de aanvrager naar zijn/haar oudst bekende voorouders). De genealogie heeft me geholpen de mens in het verleden te leren kennen. En dan niet alleen de eenvoudige werkmens, maar ook de stedelijke magistraten of de op grote buitenplaatsen of kastelen verblijvende adel. Het waren allemaal gezinnen, familiegroepen, buren en leden van gemeenschappen die veel met elkaar te maken hadden. Veel meer dan wij nu.

Ik denk dat het bestuderen van je familiegeschiedenis je veel dichter bij de echte geschiedenis van alle dag kan brengen. En daar hoef je echt niet de BN-er uit Verborgen verleden of de celebrity uit Who do you think you are te zijn. Het kan je ook meer begrip opleveren voor de geschiedenis van je woonplaats. Je realiseert je dat elk dorp of elke stad door mensen is gebouwd, je eigen voorouders, en dat de bewoning en hun bedrijvigheid ter plaatse hebben bepaald hoe die omgeving er nu uitziet. En dat het de moeite waard is die zo goed mogelijk te beschermen. Vooral in Dordrecht.


Ik heb enkele boeken gewijd aan voorouders. Die boeken, over mijn vader en mijn overgrootvader, zijn hier te bestellen.

Plaats een reactie